| Woensdag
27 juni: Bij het wakker worden deze woensdagmorgen bleek het weer behoorlijk omgeslagen, maar dat verhinderde ons uiteraard niet om gewoon op stap te gaan. Doel van de tocht was de Landmannalaugar. Onderweg hier naar toe rijden we door een bijzonder landschap dat nog het meest lijkt op een woestijn van zwart zand. De zwarte kleur komt uiteraard van lava. We maken ook een stop bij de Ljotipollur (foto 4,5). Dit betekent "lelijke poel", maar hier ben ik het zeker niet mee eens. Ljotipollur is een zogenaamde explosiekrater, een vulkaan gevormd doordat de magma onder het aardoppervlak vrij dik is, waardoor het vulkanische gas met enorme explosies is vrijgekomen. De Ljotipollur is gevuld met water, heeft prachtige kleuren en bevat, heel merkwaardig, veel forel! Even verderop zien we rijdend door dit mooie landschap nog een explosiekrater, de Hnausapollur (foto 7). Hier hebben we ook een mooi uitzicht op dit vulkanisch gevormde gebied. Ons doel is het dal Landmannalaugar. Dit is een dal vol lavagesteente dat de mooiste kleuren heeft. We maakten hier een wandeling van ruim vier uur om de gele, bruine, rode, groene en blauwe kleuren van de ryolietbergen beter te zien, zoals de Brennisteinsalda (foto 9). Het Landmannalaugar gebied is een prachtig gebied om te wandelen met bizarre vormen van het lava (foto 8,10), nog besneeuwde toppen en naar zwavel ruikende stoom (foto 13) die overal uit de bodem en bergen komt. Met een gedeelte van de groep liepen we naar de top van de Blahnikur (945 m). Dit was een mooie wandeling, soms vrij steil, maar met werkelijk schitterend uitzicht (foto 16-20). Dat we bovenop te maken kregen met een sneeuwstorm mocht de pret niet drukken, maar deed de warme chocolademelk (met re-fill) na afloop van de wandeling in een restauratiebus nog beter smaken. Beneden was er ook de mogelijkheid in een warme beek te duiken, maar door de regen deden slechts weinigen dat. De dames uit onze groep keken bijvoorbeeld liever naar de bijzondere reisleider van de bus naast ons, die wel in de bron ging zwemmen. |
||||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| Vrijdagochtend
29 juni: Bij mooi weer en een stralend blauwe lucht nemen we weer afscheid van de Skogafoss (foto 1), hopend dat het weer zo mooi zou blijven. Al snel zijn we bij onze eerste stop, de rots Dyrhólaey. Dit is een zee uitstekende rots met een groot gat (foto 5) en is het zuidelijkste puntje van IJsland. De rots ligt aan een prachtig zwart zandstrand (foto 3, 4, en 11). Van bovenaf de kaap (foto 7), waar ook de vuurtoren staat, heb je een prachtig uitzicht over dit strand. Vlak voor Dyrhólaey bevinden zich enkele vogelrotsen, die deze plaats zo bekend hebben gemaakt. Op deze plaats bevindt zich, naast andere zeevogels, een grote kolonie papegaaiduikers (foto 4,8-10). De rots is tot 20 juni gesloten, omdat zij dan broeden. Nu was de rots net open en waren deze leuke vogels in grote aantallen te zien. Van de rots is het maar even rijden naar Halsanefshellir. Hier bevindt zich een mooi strand, het enige zwarte strand uit de top 10 van mooiste Europese stranden. Daarnaast zijn hier een aantal zeer interessante basaltformaties en ondiepe grotten te vinden. De basaltformaties (foto 12-15) hebben hele mooie structuren. Vanaf het strand heb je ook een mooi gezicht op Reynisdrangar, een aantal hoge rotspunten in zee (foto 16), die zouden lijken op resten van een versteende driemaster. |
|||
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |